de trapezebrieven
door nepco
Een scene uit het metafysisch circus dat gaat over het verdwijnen van de romantiek uit het circuskampement.
Vroeger was alles anders. Toen zaten de circusartiesten na afloop rond het kampvuur, het circus was een hechte familie van mensen met verschillende achternamen, heel hecht en vaak romantisch. Maar nu niet meer: de geblindeerde trailers en woonwagens staan nu strak in een rij geparkeerd, schotelantennes op het dak, aangesloten op satelliet tv en internet, men spreekt elkaar niet meer, contact gaat nog uitsluitend via email….
Hier een transcript van 2 emails, van 2 trapeze artiesten die al heel lang samen vliegen, door elkaar voorgelezen, alsof ze elkaars woorden proberen te vangen.
–
Lieve Carola
Lieve Fritz
Wist je dat het vandaag precies 25 jaar geleden is dat we samen voor het eerst optraden?
Fritz, ik heb hier heel lang mee gewacht
Ik weet het nog goed
Ik wil je iets zeggen
Het was in Brühl, een klein plaatje in Duitsland, in Saarland. Midden in de winter, door een gaatje in de nok dwarrelde wat sneeuw naar binnen, niemand zag het, zo hoog, behalve wij. Ik weet nog dat ik heeel zenuwachtig was, het is ook een hele verantwoordelijkheid om de dochter van de directeur in de lucht te houden!
“Laat haar niet vallen” “nooit” siste je vader mij toe voordat ik omhoog klom.
Je weet dat ik je blind vertrouw, al hebben we het er nooit over.
Heb je dat nooit verteld, je hoorde het ook niet want je was al boven. Met knikkende knieën klom ik omhoog, het talk in mijn handen werd vochtig.
De laatste tijd maak ik me een beetje zorgen Fritz.
Eenmaal boven probeerde ik die zenuwen goed voor je verborgen te houden, wil niet dat je bang bent dat ik je niet vang, dat heb ik eigenlijk altijd gedaan, dat verborgen houden, mijn zenuwen zijn een geheim voor je.
Je bent de beste, je routine maakt me zeker, alleen de laatste tijd voel ik iets in je handen.
Jij denkt natuurlijk dat al dat pompeuze getalk van mijn handen pure show is, dat ik extra veel in mijn handen neem en expres poederwolken naar beneden laat dwarrelen. Maar dat is niet zo lieve Carola.
Je greep is minder vast, je vangt me, je houdt me, maar ik voel dat je moet knijpen om me te houden, dat voelde ik eerst niet.
Alleen als het sneeuwt zijn mijn handen koel genoeg. Ik moet het laten sneeuwen, als het sneeuwt, dan zie ik tussen de vlokken door een klein, vederlicht meisje, een witte duif in een glitterpakje.
Ik vraag me af wat mijn vader er van had gevonden, hij was altijd vol van je. Hij zei: die Frits, die handen! Je kunt zien dat hij van aanpakken weet. Dat is een jongen voor jou. Hij was verdrietig toen je voor Eva koos.
Het was een vergissing. Sinds die dag zijn mijn handen gaan trillen. Ik weet niet wat het is. Maar het wordt steeds erger. En ik heb steeds meer talk nodig om dat glitterpakje te kunnen zien.
Misschien kan ik je over een tijdje niet meer houden, misschien is het te zwaar, misschien gewoon te veel.
Als je me loslaat, is het allemaal voorbij, ik ben bang. Bang om te vallen, bang dat je me loslaat.
Vanavond is het de laatste keer dat ik je vang. Ik kan het niet meer.
Vang je me?
Er is sneeuw voorspeld vanavond. Weet je nog in Brühl, de nok van de tent en de trapeze? Hoe we naar elkaar keken?
Veel liefs
Fritz
Veel liefs
Carola
-
tekst: Lenn/Julia Veldman
