Typsels

Categorie: theatertekst

gonzende gezichten

onzekere
ontzichtbaar schijn

werp mijn podium
schuw

stuwende lichten
gonzende gezichten

richt het aan
spicht uw rug

mijn heildraad
vocht mijn mond

krakend huid
benen die schuimen
voeten van zeep

stuk mijn hoofd
duizelig bloed

haar geplukt als bloemen
een boeket der onrust

verzacht deze drempel niet
trillend orgaan glazen huid

laag voor laag
bundel ik me

verzamel goed

het openingsgedicht van het metafysisch circus geschreven en voorgedragen door :
Anna Loog

de trapezebrieven

Een scene uit het metafysisch circus dat gaat over het verdwijnen van de romantiek uit het circuskampement.

Vroeger was alles anders. Toen zaten de circusartiesten na afloop rond het kampvuur, het circus was een hechte familie van mensen met verschillende achternamen, heel hecht en vaak romantisch. Maar nu niet meer: de geblindeerde trailers en woonwagens staan nu strak in een rij geparkeerd, schotelantennes op het dak, aangesloten op satelliet tv en internet, men spreekt elkaar niet meer, contact gaat nog uitsluitend via email….
Hier een transcript van 2 emails, van 2 trapeze artiesten die al heel lang samen vliegen, door elkaar voorgelezen, alsof ze elkaars woorden proberen te vangen.

Lieve Carola
Lieve Fritz

Wist je dat het vandaag precies 25 jaar geleden is dat we samen voor het eerst optraden?
Fritz, ik heb hier heel lang mee gewacht
Ik weet het nog goed
Ik wil je iets zeggen
Het was in Brühl, een klein plaatje in Duitsland, in Saarland. Midden in de winter, door een gaatje in de nok dwarrelde wat sneeuw naar binnen, niemand zag het, zo hoog, behalve wij. Ik weet nog dat ik heeel zenuwachtig was, het is ook een hele verantwoordelijkheid om de dochter van de directeur in de lucht te houden!
“Laat haar niet vallen” “nooit” siste je vader mij toe voordat ik omhoog klom.
Je weet dat ik je blind vertrouw, al hebben we het er nooit over.
Heb je dat nooit verteld, je hoorde het ook niet want je was al boven. Met knikkende knieën klom ik omhoog, het talk in mijn handen werd vochtig.
De laatste tijd maak ik me een beetje zorgen Fritz.
Eenmaal boven probeerde ik die zenuwen goed voor je verborgen te houden, wil niet dat je bang bent dat ik je niet vang, dat heb ik eigenlijk altijd gedaan, dat verborgen houden, mijn zenuwen zijn een geheim voor je.
Je bent de beste, je routine maakt me zeker, alleen de laatste tijd voel ik iets in je handen.
Jij denkt natuurlijk dat al dat pompeuze getalk van mijn handen pure show is, dat ik extra veel in mijn handen neem en expres poederwolken naar beneden laat dwarrelen. Maar dat is niet zo lieve Carola.
Je greep is minder vast, je vangt me, je houdt me, maar ik voel dat je moet knijpen om me te houden, dat voelde ik eerst niet.
Alleen als het sneeuwt zijn mijn handen koel genoeg. Ik moet het laten sneeuwen, als het sneeuwt, dan zie ik tussen de vlokken door een klein, vederlicht meisje, een witte duif in een glitterpakje.
Ik vraag me af wat mijn vader er van had gevonden, hij was altijd vol van je. Hij zei: die Frits, die handen! Je kunt zien dat hij van aanpakken weet. Dat is een jongen voor jou. Hij was verdrietig toen je voor Eva koos.
Het was een vergissing. Sinds die dag zijn mijn handen gaan trillen. Ik weet niet wat het is. Maar het wordt steeds erger. En ik heb steeds meer talk nodig om dat glitterpakje te kunnen zien.
Misschien kan ik je over een tijdje niet meer houden, misschien is het te zwaar, misschien gewoon te veel.
Als je me loslaat, is het allemaal voorbij, ik ben bang. Bang om te vallen, bang dat je me loslaat.
Vanavond is het de laatste keer dat ik je vang. Ik kan het niet meer.
Vang je me?
Er is sneeuw voorspeld vanavond. Weet je nog in Brühl, de nok van de tent en de trapeze? Hoe we naar elkaar keken?

Veel liefs
Fritz
Veel liefs
Carola

-

tekst: Lenn/Julia Veldman

in de kast

(een klassiek hoorspelbegin, voetstappen op de trap, we horen een oude deur piepend open en dichtgaan, gerommel en gestommel, lekker lang)

—-

ik zie niks meer zo, zet de deur es op een kiertje

nee, nee, straks vinden ze ons!

was er geen licht ergens?
zoek het knopje even, dan kan die deur wel dichtblijven.
kom op, doe die deur nou een stukje open!
zie geen steek voor ogen!

nee, nee, je ogen wennen wel aan het donker, duurt gewoon even.
dat licht heeft geen knopje trouwens kan ik me herinneren
er hangt ergens een touwtje waar je aan moest trekken.

hey, hoe lang ken je me nou al?
mijn ogen kunnen niet aan het donker wennen dommi, ben nachtblind wist je nog.

lieverd, die nachtblindheid van jouw beeld je je in
je kijkt gewoon niet
hey schuif es een stukje naar achteren heb bijna geen plek hier.

jezus, weet je wel hoe krap het hier is,
zit al helemaal achterin volgens mij, wat een zooitje hier, je zou dit een keer opruimen toch,
trek is aan dat touwtje dan zien we tenminste nog wat in dit muffe hol

neeeee, het moet wel een beetje spannend blijven toch, we gaan lekker in het donker zitten wachten,
die mooie ogen van je heb je toch niet nodig nu, gewoon blijven zitten waar je zit.

ik beeld me niks in! alsof jij je ogen zo goed gebruikt
jij ziet dingen die er helemaal niet zijn mr. fantasy!

misschien kijk ik anders naar je dan dat je mij ziet
..
zoals ik je zie
..
althans
..

hoe zie je me dan?
..

stttt!, ik hoor ze!
..

hoe zie je me dan?
..

volgens mij zijn ze weg
..

hoe zie je me dan?
..

vind je lief en mooi, ben blind verliefd op je.
nog steeds

nah
kom op!
effe serieus
ons leven is geen bouquet-reeks, mr. get real!
kijk nou eens goed!

jij met je sleur, je moet eens wat avontuurlijker tegen dingen gaan aankijken,
op een hart zitten ook ogen.

kom op zeg!
waarom haal je er altijd alles bij
leer nou eens naar MIJ kijken!

zie je heus wel je hoor
je staat altijd voor me neus
en ik vind je lief.
..
dat zie jij dan weer niet
..
dat ik je lief vind
..
zijn je ogen al een beetje gewend aan het donker?
..
ik weet waar het touwtje zit
..
zal ik er aan trekken?
..

ik vind je ook wel lief
..
hoor
..

weet je nog dat we hier wel eens verstoppertje gingen spelen vroeger?
zonder dat ze ons gingen zoeken,
we waren gewoon zoek
..
die kast was wel groter heh toen, we konden er in rennen!
toen was het ook altijd zo donker volgens mij

hey, trek es aan dat touwtje!
wel muffig hier, het lijkt ons huwelijk wel hihihi,
ga dat vergeten trapgat van je ouderlijk huis eens opruimen morgen eikel!
trek es aan dat touwtje!, nachtblindje wil je zien.

..
(klik)
..
(klik klik …klik)
(doetutnie, de lamp is natuurlijk stuk)
..
lampje, je moet afentoe de lamp verwisselen anders zien we niks als het donker is.

ja baas, kan je dat niet zelf, ben je blindegeleidehond niet
..
ben je wel
..
je bent mijn nachtblindegeleidehond
..
aai, aai, lieve hond

woef!
..
braaaaafff
..
hey!
hoor je dat?
..
wat?
..
pappa!..mamma!..(kinderstemmetjes in de verte)
..
ze roepen ons
..
pappa!..mamma!..(bezorgde kinderstemmetjes in de verte)
..
ze kunnen ons niet vinden
..
pappa!..mamma!..(bange kinderstemmetjes in de verte)
..
kom!
..
JOEHOE!!!!!! KIEKEBOE!!!!!!


de gootsteen

—-

–(drup drup druppelende kraan)–

ik ben een ondergelopen gootsteen
en jij
jij bent mijn overloopje

neenee,
dat wil ik niet zijn hoor
ben liever het water dat wegspoelt
weg,
naar de donkere diepte

ohh,
okee
mag ik dan zijn, de zee?
daar kom je uit

nou… vooruit

maar als jij de zee bent
dan ben ik een luchtbel

ik borrel in je op en vlieg dan de lucht in
hou wel van zwemmen, maar nog veel meer van vliegen
.

uhh, okee,
je borrelt in me op en vliegt dan naar boven

maar zo hoog in de lucht ben je nog wel
helemaal nat van het zwemmen hoor

weet je,
dat vormt dan een wolkje in de lucht.

dat ben jij nu
je bent een wolk

toch?

ja, klopt, ben een wolk :)

ja,
ik zie je al,

in mijn spiegel.

hey,
ik ga eens boven land kijken
ga mee!
je wilt toch niet verdrinken?

nee, je hebt gelijk
de zee is eigenlijk veel te groot voor mij.
en veels te diep!

weet je wat?
ik ben anders wel de wind
dan kom ik je achterna.

blaas je niet te hard?
ben best gevoelig

ik?
een storm?
nee,
dat zou ik niet willen
heb al genoeg aan mijn hoofd.

zal mijn ingehouden best doen

straks verwaai je nog
dan ben ik je kwijt.

dank je,
dat is lief van je.

weetje,

het is nu ook geen goed moment

om samen te vliegen.

–(zucht)–

soms voel ik verdriet opkomen
..
zomaar

weet ook niet waarom

ohh
nou,
dat geeft niet hoor

hey, wees anders de regen

al kan je dan niet meer vliegen en je zeker naar beneden zult vallen,
het lucht soms wel op

ja
snif,
ik val al bijna

zal ik anders je opvangen?


ik val

..

wees niet bang lief druppeltje.
het is maar goed dat we nu boven land zijn.
als je in de zee was gevallen dan was ik je voorgoed verloren.
..
HELP!
IK VAL!

wees niet bang!
nog even en je bent op de grond

en waar jij valt
daar ben ik

ik ben een regenplas

–(regendruppels vallen in een plas )–

uhhh, we liggen wel in de modder hier
maar ja
dat is beter als niks.

hey,
bedankt!

dat was

echt

net op tijd
was bijna kwijt

wat nu?


–(stap stap stap…sploetsjsh!)–
–(geluid van een schoen die per ongeluk in een diepe plas stapt)–

ha!
wat een geluk!

ben het nat van de schoen
kom mee!

ja! ik ga mee!

we gaan vast naar een huis
opdrogen voor de warme kachel.

ja vast!

—(stap sop stap sop stap)–


ohhh!
een echte open haard!
vuur!

nee!
denk na!
alstjeblieft!

je wilt vast het vuur zijn.
maar wees het niet.

je vliegt dan keihard uit de schoorsteen
weg van hier

jij vonkje
wil met de rook mee

blijf toch!
het is hier fijn.

ja,

je hebt gelijk.


hey,
ik heb een idee
die natte schoen gaat straks vast uit
laten we de handen zijn

er zijn er twee

okee
doen we

wie wil je zijn?
links of rechts?

uhmmm…
even denken…

ja!

ik weet het al
heb me weer bedacht
ik wil geen hele hand zijn

zie je die ring?

ja

dat ben ik!

ok,
uhh, mag ik de ringvinger dan zijn?

haha!
ja,
dat mag hoor.

–(stap stap stap)–
..
hey
waar gaan we nou heen?

geen idee

joh, wat ruikt het hier opeens lekker!

ja ruik het ook
weet al wat dat is

—(kraantje aan..zachtjes)–

dat is zeep
de handen gaan wassen

oeeeejoehee,
wat een schuim en geglibber!


hey! pas op!
een waterval!

–(sploesjjjstroomspletter!)–

hou me vast!

–(sploesjjjstroomspletter! harder)–

het lukt niet!

–(sploesjjjstroomspletter! nog harder)–

ik val!
hou me vast!

–(sploesjjjstroomspletter! hardst)–
–(ring valt in gootsteen)–
–(en opeens uit)–

….

oe,
sorry hoor
ik kon het niet houden
het was te sterk.

ben wel blij dat je losliet
lig ik hier tenminste niet alleen

..
ja,
ik ook


graag gedaan hoor

vind het wel leuk om ook een ring te zijn een keer
dat ben ik nog nooit geweest


denk je dat we hier ooit wegkomen?

ja

denk het wel.


zie je dat kleine roostertje daarboven?

ja
..

als het hier onderloopt een volgende keer
dan zwemmen we er naartoe
we passen er net doorheen
weet ik zeker!

uhh, okee.

maar,

komen we dan niet weer uit in de zee?

–(drup drup druppels drup)–

—-

je bent een wolk
—-

op drift

–plons!–

je moet het anker wel aan de boot vastmaken, anders heb je er niks aan.

uhh ja stom, logisch, dacht dat de kapitein dat wel had gedaan,
waar is de kapitein, kan m niet vinden
.

tja, die kapitein, daar kan je niet zomaar op vertrouwen hoor, die is er niet
sorry, hij heeft de boot gemist, je bent alleen.

o, jee, maar ik kan niet zo goed zeilen.

gelukkig waait het niet

maar we drijven nu met de stroming de zee in, wil niet te ver afdrijven
hoe komen we terug?

zeilen is niet zo moeilijk hoor, kan je zo leren, je hoeft alleen maar de wind te vangen die blaast naar de kant die je op wil.
zo simpel is het. wegzeilen is wel veel makkelijker als terugzeilen, dat wel.

ik kan de kust al bijna niet meer zien, straks is de einder rondom overal hetzelfde.
waar moet ik dan heen?

waar moet je dan heen? kijk niet rondom of achterom, maar juist voor je, het antwoord ligt recht voor je voeten,
daar beneden, daar recht voor je, dat kleine houten doosje, zie je het?

pak dat es.

krijg het niet open, het dekseltje zit vast, de scharniertjes zijn helemaal verroest,
het lukt me niet om het los te peuteren.

het doosje moet open, anders komen we nooit thuis, geloof me, het moet open,
probeer het nog eens.


auw!!!

wat is er?

mijn nagel breekt af!

auw (zacht)

is het doosje nu open?

ja

sjee, wat een oud kompas, die is lang niet gebruikt zeg!

hij doet het ook niet meer zo te zien, de naald draait helemaal niet, denk dat ie ook is vastgeroest.

vastgeroest? vast niet, gewoon even schudden, dan komt de naald wel los denk ik

en werkt ie?

nee, er gebeurt niks, de naald reageert totaal niet als ik draai , dat ding zit echt vast.

hmm. schud zo hard als je kan, echt zo wild mogelijk, met al je kracht, dan komt de naald los,
weet ik zeker, probeer het

pfff, mijn arm vliegt bijna uit de kom, zo hard heb ik echt nog nooit geschud!

en doet ie ut?

heh, nee, dat ouwe ding zit echt helemaal vast, die naald, die brengt ons nooit thuis,
wat nu?

ik heb een idee, het klinkt drastisch, maar het is onze enige optie.
doe het dekseltje weer dicht en gooi het kompas zo hard als je kan voor je op het dek,
de naald zal loskomen door de schok, weet ik zeker.

weet je het zeker? is dit wel een goed idee?
straks gaat het kompas helemaal stuk en dan verdwalen we echt.

nee, nee, het is een goed idee, de naald zit vast nu, en moet los!
er zit niet voor niets een doosje omheen om het te beschermen,
wel zo hard gooien als je kan, met al je kracht, vertrouw me,
de naald zal loskomen, doe het.

ok
(gooit het kompas met volle kracht op het dek)

–ploinkkrakkeploinkploink!–

oe, het houten doosje is helemaal stuk,
het kompas is eruit gevloge
n.

pak m es

en, doet ie het nu?

ehh, er zitten nu allemaal barsten in het glaasje, kan de naald niet meer zo goed zien,
wacht even


heeeee, hoe kan dat nou????
de naald draait wel nu, maar wijst uiteindelijk steeds weer naar mij,
hoe vaak ik ook draai, volgens mij is dat oude kompas toch echt stuk hoor.

nee, nee, hij doet het hoor, waar jij staat is precies het noorden,
blijf daar staan, beweeg niet, anders raak je de richting kwijt.

maar zo kan ik niet bij het roer, wil graag zo terugvaren naar de rivier die op zee uitkwam,
daar waar we vandaan kwamen

tja, die rivier, die rivier die kan je alleen afvaren en niet meer opvaren,
die stroomt altijd maar 1 kant op helaas, je zal voorlopig op zee moeten blijven.

o neeee!,
welke kant moet ik dan op en hoe kom ik bij het roer als ik hier zo
moet blijven staan?


luister goed en volg mijn aanwijzingen op,
als je niet precies doet wat ik zeg verdwaal je voorgoed
en dan kan ik je niet meer helpen ok?

uhh, ojee,
ja, zal ik doen

hou het kompas heel goed vast, niet meer loslaten!
en zorg dan dat de naald steeds naar je toe blijft wijzen, ok?
schuifel zo dan heel voorzichtig naar het roer.
maar pas op,
als de naald van je afdraait, moet je meteen stoppen met bewegen!
ok?

het lukt niet, steeds als ik een stapje wil zetten, gaat de naald draaien,
wat moet ik nu doen?

hmmm, vreemd, je bent toch niet van metaal heh?

hahaha, nee hoor, ik ben van vlees en bloed.

heb je geld in je zak zitten?

ja

gooi dat maar overboord dan, denk dat dat het is, probeer het dan nog
eens.

–plons!–
(gooit al het geld in de zee)

–plons plons plons–

het is wel veel zeg, ben zo je rijk?

–plons plons plons–

nee hoor, dit is gewoon alles wat ik heb.

plons

ok alles weggegooid? prima, probeer het nog eens.

nee, het helpt niet, het gebeurt nog steeds,
die naald draait en draait maar als ik even beweeg
.

hmmm, dat kompas doet toch wel heeeel gek als jij hem vasthebt,
weet je wat, gooi die ook maar overboord, probleem opgelost.

maar raken we de weg dan niet kwijt?
ik durf m niet weg te gooien, ik wil niet verdwalen, ik wil naar huis.

ja ik begrijp het, het is wel een dilemma, maar ja,
als je moet kiezen tussen het roer of het kompas zou ik toch voor het roer kiezen,
we moeten toch sturen als we ergens heen willen, gooi dat kompas nou maar overboord,
dan zijn we ervan af.

–plons! (gooit het kompas overboord)–

ok, kompas overboord

goed zo, wees niet bang hoor, zonder kompas kan je ook varen.
nog niet naar het roer lopen hoor, dat komt later,
eerst moet je het zeil hijsen.

hoe moet dat?

bij de mast loopt ergens een touw naar boven en dan weer naar beneden,
daar moet je aan trekken, dan gaat het zeil omhoog.

pfff, nee het lukt niet

ja, het zal wel zwaar zijn, trek zo hard als je kan

pfff, nee het gaat niet

o, sorry, weet je wat het ook kan zijn, kijk eens bij het zeil,
het zal wel ergens vastgeknoopt zitten om te voorkomen dat het zomaar in het wilde weg gaat flapperen,
is dat het niet?

jeetje, wat een knopen, ik tel er wel tien!

ja dat dacht ik al, je zal ze allemaal moeten losknopen, anders gaat het zeil nooit omhoog,
wel een beetje overdreven zeg,
de kapitein moest wel heel erg bang zijn geweest dat het zeil zomaar uit zichzelf
wind zou gaan vangen en het bootje ermee vandoor zou nemen, maar goed.

tjee, wat zitten die knopen strak vast, krijg ze bijna niet los

is het al gelukt?

het lukt niet

ze moeten echt los

nee het zeil, de knopen zijn los, maar het zeil wil niet omhoog…
het is te zwaar denk ik.

kon ik je maar helpen, maar ik heb geen armen,
ga anders even tegen de mast aanzitten om uit te rusten
dan lukt het straks met nieuwe kracht wel, weet ik zeker.

tjee, geen armen, wat vervelend en onhandig voor je, maar ja,
ik heb dan wel armen maar ben ook heel erg onhandig zoals je gemerkt hebt.
vind het wel fijn dat je er bent, ik kan je alleen niet zien, alleen horen.
ben wel een beetje moe ja, ik zit hier goed.

hoe heet je eigenlijk?

lot

wat een mooie naam zeg, ik hou van mooie namen.
zou ik je het noodlot mogen noemen?
dat vind ik helemaal sjiek klinken. het noodlot.

ja hoor als je dat wilt, als je maar niet weg gaat en me helpt weer thuis te komen.

zeg noodlot, weet je hoe deze boot heet?

nee

de metafoor

wat een rare naam, wat betekent dat?

een metafoor is een soort ouderwetse griekse vaas uit de oudheid, met eenlange smalle hals en een dikke buik.
net als deze boot, die heeft ook een dikke buik, en de smalle hals is dan de mast, snap je?
als je met oor bij de hals van zo’n vaas luistert dan hoor je in de verte het zachte geruis van de zee,
het is best wel een toepasselijke naam, de metafoor.

goh

weet je, het mooie van metaforen is dat er allemaal tekeningetjes opgeschilderd zijn,
helemaal rondom, als een getekend verhaal.
Dat betekent metafoor in het grieks ook, een vaas die een verhaal verteld.
Vaak zijn het verhalen over de zee, over een grote vloedgolf die alle bootjes weer op het land gooit.
Soms over de Griekse god van de wind die zo hard kan blazen dat alle bootjes omslaan en zinken.
Dan liggen ze daar soms dagen voor pampus.
Ook is er een verhaal over een inktvismonster die met zijn lange tentakels alle boten de diepte intrekt zodra ze op open zee komen.
Zelfs de zeemeerminnen doen daar niet aan.
Er is ook een verhaal over een stad die door 1 hoge golf helemaal onderwater spoelt en onder zee verdwijnt, over een…

stop maar hoor!, mij maak je niet bang met dit soort noodlotsverhalen, vertel me liever hoe ik weer thuiskom,
ik wil gewoon graag weer naar huis, had nooit in dit bootje moeten stappen.

denk je dat ik ooit weer thuiskom, was het wel een goed idee om dat kompas overboord te gooien,
weet je nog waar we heen gaan, ik voel me al een beetje verdwaald.

ja stom heh, dat kompas hadden we meteen weg moeten gooien,
dan had je nu al je geld nog gehad noodlot, dat kon best nog weleens van pas komen later, sorry.
maar maak je geen zorgen, op een dag komen we weer thuis.

noodlot, probeer dat zeil nog eens op te hijsen, misschien heb je meer kracht nu.

pffff, het is zwaar maar het lukt nu wel, zal ik nu aan het roer gaan zitten?
dan varen we naar huis als jij zegt waar we heen moeten.

nee, nee, wacht nog maar even, het waait nu toch nauwelijks,
heb je geen honger, je zit al zo lang in de boot.

ja nu je het zegt, ik sterf van de honger, is er eten?

ehh nee, niet direkt, gelukkig zitten we op zee, kunnen we vissen vangen.

is er een hengel en aas?

ehh nee, helaas, het is wel een apart verhaal hoor deze zee,
er zitten namelijk geen gewone vissen in, maar vliegende vissen, heb je ze niet zien vliegen?

nee, ik kan niet over de rand kijken als ik hier zo zit.

het beste kan je ze vangen met een vlindernet, maar ja dat hebben we niet aan boord,
je kan ook niet aan alles denken als je op reis gaat, maar ik heb een idee.

wat dan?

er ligt een groot visnet op het dek, laat het zeil weer even zakken, en trek dan het visnet in de mast,
dat gaat makkelijk hoor, het is veel minder zwaar als het zeil.
als we dan even wachten vliegen de vissen er vanzelf in.

phjoew, weet niet of ik dat wel zie zitten,
ben zo bang dat het straks niet meer lukt om het zeil straks nog een keer op te hijsen, het is zo zwaar.
ik kan nog wel even zonder eten, laten we naar huis varen, het waait al een klein beetje.
zal ik bij het roer gaan zitten?

nee, nee, niet doen noodlot, we weten niet hoe lang het nog gaat duren, je moet toch een keer wat eten,
laat dat zeil nou maar zakken en hijs het visnet op, het is je al en keer gelukt met dat zware zeil,
straks lukt het weer, ik weet het zeker.

ok, gelukt!

goed zo, knoop het zeil voor de zekerheid nog even vast,
het hoeft niet met 10 knopen hoor, als het maar vast zit.

ik heb opeens helemaal geen honger meer, we hadden toch beter naar huis kunnen varen,
het begint ook steeds harder te waaien,
nu zitten we met een net vol met gaten in de mast, dat vangt geen wind,
was dit wel een goed idee?
……
ik ben moe

ga nog even zitten tegen de mast aan lief noodlot, ik wil je wat vertellen.

ik luister.

ik vind je erg heel moedig noodlot, je stapt zomaar in deze boot zonder dat je weet waar die heen vaart,
je raakt niet van de wijs als je het anker verliest, je gooit al je geld weg, je kompas overboord,
het zware windzeil die je naar huis kon doen varen laat je weer zakken om een zeil vol gaten op te hijsen
en al die tijd liet je het roer met rust.

maar ik ben nog steeds niet thuis, dat wil ik zo graag.

kijk eens over de rand.

heee! daar is die rivier waar we uit zee kwamen!

klopt lot, ik kan je alleen niet helemaal thuis brengen,
die rivier die uit op zee kwam gaat alleen stroomafwaarts weet je nog, daar kunnen we niet tegenop varen.
als je hier overboord springt dan kan je naar de kant zwemmen,
volg dan de oever naar boven, dan kom je vanzelf weer thuis.
het water is wel koud hoor, en dan moet je ook nog een heel stuk lopen met je natte kleren.

vind het fijn dat je me nu lot noemt, noodlot vind ik zo somber en droevig klinken.

dat was ik nog vergeten te zeggen lot,
je laat je het noodlot noemen en dat maakte je niet bang, ondanks alle enge verhalen over de zee,
vind dat ook heel dapper van je lot.
spring maar overboord nu, weet zeker dat je dat durft.

ja dat durf ik wel denk ik, wil je wel graag een keer zien voor ik spring,
heb je alsmaar horen praten, maar waar ben je dan?

lot, ik ben het roer van de metafoor.
als je nu aan de achterkant eraf springt en onder water bent, dan kan je me even zien,
je durft toch wel even je ogen open te doen onder water toch?
ik kan je alleen niet omhelzen bij het afscheid want ik heb geen armen.

je kan wel goed sturen voor iemand zonder armen roer,
lief dat je me weer zover als je kon naar huis hebt gebracht,
ik spring nu in het water, dan geef ik je wel een kus,
mag ik je anders broer noemen roer?
heb altijd al een broer willen hebben en roer vind ik zo’n gekke naam.

ja dat mag zusje lot, kom!
spring nu overboord!

–plons!–


redaktie en tekstaanvullingen:
alexandra duvekot

veel dank!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.