Typsels

Tag: wind

lucht van water

lucht
van water

niets lijkt
wat er was

huizen wiebelen
bomen dansen

auto’s zwemmen
ganzen sjansen

armen zwieren
vingers breken

geen houvast
geen rechte mast

schepen worden golven
wolken drijven zonder wind

het regent nooit
en iedereen is nat

kijk in een vloeibare spiegel

niemand ziet
dat ik waterige ogen heb

niemand hoort
dat ik roep om hulp

ze zwaaien terug
en lachen

om de bellen uit mijn mond

-

spelen

hey
lieve heremietkreeft
kom es uit je schulpje

dit strandjuttertje
wil met je spelen

graven naar geheimen
verstopt onder het zand

zoeken in de duinen naar de vlieger
die we samen expres hebben losgelaten

verstoppertje spelen met de wind
die ons steeds te slim af is

met wijde armen door de meeuwen
die met ons vliegen

stukjes zacht geslepen glas zoeken
die we als edelstenen aan elkaar geven

bij elke golf terugrennen
netzolang tot onze sokken helemaal nat zijn

en daarna

dan breng ik je weer naar huis


de ballon met de rode staart

ze had het prachtigste rode lange haar
maar op een dag besloot ze het af te knippen

ik zei

zonde!
niet doen!
het is zo mooi

maar toch wou ze het

kom morgennacht naar mijn dak, zei ze
dan kan je kijken
als ik het knip

ik erheen
van plan om haar van het knippen af te houden
vastbesloten om haar lange haren te redden

ze zat al klaar

ze had allemaal witte helium ballonnen aan haar haren geknoopt
het stond recht overeind

ze zag er betoverend mooi uit zo

ik kon niets uitbrengen
en keek alleen maar

ze pakte een schaar
en 1 voor 1
vlogen de lokken de lucht in

als betoverd keek ik zwijgend toe

ze keek me soort van vragend aan met haar korte koppie
maar ik wist niet wat ik moest zeggen

alles was in de nacht verdwenen


photo: Nadja Ekman and Malou Bergman

in mijn ogen

soms zie ik je

een hele grote letter ergens
die van je voornaam

je lieveligsdier
in de dierentuin

of iets
waarvan ik weet dat het jij is

een zeilbootje met een fel gekleurd zeil
een schommel bewegend in de wind

een huppelende ekster
of een vosje in de sneeuw

weet bijna nooit waar je precies bent

en toch ben je er

je woont
in mijn ogen

wind stil

ik wou gaan vliegeren vandaag
dat ging niet

de wind
was opeens zo stil

ik riep m nog
maar er kwam geen antwoord

toch was het niet voor niets

de grote wirwar
van de lange vliegerlijn

heb ik helemaal uit de knoop gehaald


foto: marnix goossens

de zon

weetje wat het met de zon is

altijd maar moeten schijnen op een wereld die steeds droeviger en
liefdelozer wordt

het felle harde licht van de realiteit

soms verstopt ie zich achter de wolken om te huilen
dan zijn de druppels van de regen nog warm als ze op je vallen

maar hij komt altijd weer tevoorschijn

dat moet

alles gaat dood zonder warmte en licht

het is een hele verantwoordelijkheid

wel dapper dat die nooit opgeeft

ik hou van de zon


 
 
 

de gootsteen

—-

–(drup drup druppelende kraan)–

ik ben een ondergelopen gootsteen
en jij
jij bent mijn overloopje

neenee,
dat wil ik niet zijn hoor
ben liever het water dat wegspoelt
weg,
naar de donkere diepte

ohh,
okee
mag ik dan zijn, de zee?
daar kom je uit

nou… vooruit

maar als jij de zee bent
dan ben ik een luchtbel

ik borrel in je op en vlieg dan de lucht in
hou wel van zwemmen, maar nog veel meer van vliegen
.

uhh, okee,
je borrelt in me op en vliegt dan naar boven

maar zo hoog in de lucht ben je nog wel
helemaal nat van het zwemmen hoor

weet je,
dat vormt dan een wolkje in de lucht.

dat ben jij nu
je bent een wolk

toch?

ja, klopt, ben een wolk :)

ja,
ik zie je al,

in mijn spiegel.

hey,
ik ga eens boven land kijken
ga mee!
je wilt toch niet verdrinken?

nee, je hebt gelijk
de zee is eigenlijk veel te groot voor mij.
en veels te diep!

weet je wat?
ik ben anders wel de wind
dan kom ik je achterna.

blaas je niet te hard?
ben best gevoelig

ik?
een storm?
nee,
dat zou ik niet willen
heb al genoeg aan mijn hoofd.

zal mijn ingehouden best doen

straks verwaai je nog
dan ben ik je kwijt.

dank je,
dat is lief van je.

weetje,

het is nu ook geen goed moment

om samen te vliegen.

–(zucht)–

soms voel ik verdriet opkomen
..
zomaar

weet ook niet waarom

ohh
nou,
dat geeft niet hoor

hey, wees anders de regen

al kan je dan niet meer vliegen en je zeker naar beneden zult vallen,
het lucht soms wel op

ja
snif,
ik val al bijna

zal ik anders je opvangen?


ik val

..

wees niet bang lief druppeltje.
het is maar goed dat we nu boven land zijn.
als je in de zee was gevallen dan was ik je voorgoed verloren.
..
HELP!
IK VAL!

wees niet bang!
nog even en je bent op de grond

en waar jij valt
daar ben ik

ik ben een regenplas

–(regendruppels vallen in een plas )–

uhhh, we liggen wel in de modder hier
maar ja
dat is beter als niks.

hey,
bedankt!

dat was

echt

net op tijd
was bijna kwijt

wat nu?


–(stap stap stap…sploetsjsh!)–
–(geluid van een schoen die per ongeluk in een diepe plas stapt)–

ha!
wat een geluk!

ben het nat van de schoen
kom mee!

ja! ik ga mee!

we gaan vast naar een huis
opdrogen voor de warme kachel.

ja vast!

—(stap sop stap sop stap)–


ohhh!
een echte open haard!
vuur!

nee!
denk na!
alstjeblieft!

je wilt vast het vuur zijn.
maar wees het niet.

je vliegt dan keihard uit de schoorsteen
weg van hier

jij vonkje
wil met de rook mee

blijf toch!
het is hier fijn.

ja,

je hebt gelijk.


hey,
ik heb een idee
die natte schoen gaat straks vast uit
laten we de handen zijn

er zijn er twee

okee
doen we

wie wil je zijn?
links of rechts?

uhmmm…
even denken…

ja!

ik weet het al
heb me weer bedacht
ik wil geen hele hand zijn

zie je die ring?

ja

dat ben ik!

ok,
uhh, mag ik de ringvinger dan zijn?

haha!
ja,
dat mag hoor.

–(stap stap stap)–
..
hey
waar gaan we nou heen?

geen idee

joh, wat ruikt het hier opeens lekker!

ja ruik het ook
weet al wat dat is

—(kraantje aan..zachtjes)–

dat is zeep
de handen gaan wassen

oeeeejoehee,
wat een schuim en geglibber!


hey! pas op!
een waterval!

–(sploesjjjstroomspletter!)–

hou me vast!

–(sploesjjjstroomspletter! harder)–

het lukt niet!

–(sploesjjjstroomspletter! nog harder)–

ik val!
hou me vast!

–(sploesjjjstroomspletter! hardst)–
–(ring valt in gootsteen)–
–(en opeens uit)–

….

oe,
sorry hoor
ik kon het niet houden
het was te sterk.

ben wel blij dat je losliet
lig ik hier tenminste niet alleen

..
ja,
ik ook


graag gedaan hoor

vind het wel leuk om ook een ring te zijn een keer
dat ben ik nog nooit geweest


denk je dat we hier ooit wegkomen?

ja

denk het wel.


zie je dat kleine roostertje daarboven?

ja
..

als het hier onderloopt een volgende keer
dan zwemmen we er naartoe
we passen er net doorheen
weet ik zeker!

uhh, okee.

maar,

komen we dan niet weer uit in de zee?

–(drup drup druppels drup)–

—-

je bent een wolk
—-

vuur doet vliegen

heb over je gedroomd

we lagen op onze ruggen in het riet

boven ons was er vuur

het was er niet de hele tijd
het ging uit en aan

opeens

eerst niks
en dan

grote wilde vlammen
wild spuwend in de hoogte

een hels kabaal

woesssjjjjjjjjjj!

met enorme kracht

het waren grote hijgende vlammen
de zuurstof in de lucht kreeg er ademnood van!

we hielden onze adem ook maar in
het was ook zo heet.

woesssjjjjj!

we zeiden niks
en keken elkaar ook niet aan
samen staarden we de hele tijd naar boven

het was niet alleen kijken, het was vooral ook luisteren
het geluid van de woesj was echt prachtig!

iedere keer bijna hetzelfde maar toch net anders en het bleef spannend

daar kwam de volgende alweer

woesssjjjjjjjj!

daar lagen we
met de ruggen in het riet
we wilden de vlammen achterna
mee de hoogte in

maar er gebeurde niets

het begon zelfs al donker te worden
het licht ging nu aan en uit

totdat je zei:

“hey, kijk eens over de rand!”
“waarom stijgen we niet op?”

ik schrok wakker, was helemaal in het mooie helse vuur gezogen

“uhh, ja, ja gek ja, we vliegen inderdaad volgens mij niet… wacht”

ik keek over de rand
en zag het meteen

de touwen stonden nog strak verankerd in de grond
er waren er 4
op iedere hoek 1

en toen
opeens

woesjjjjj!!!

ik viel bijna

het riet schudde wild bij dit nieuwe vuur
de touwen wiebelden als een gek, maar bleven uiteindelijk toch strak en
vast.

ik zei tegen je:

“ze zijn vergeten de touwen los te maken!”
“uhh, zie ook niemand meer, denk dat ze al weg zijn”

je zei:

“nou dat is heel mooi dan, dat wordt dus nooit wat met ons.”
“zoveel vuur, maar samen vliegen, ho maar!”

we keken elkaar aan en moesten keihard lachen

woesjjjj!!!!

—–

je bent de wind


je bent de wind

verwaaid in de gedachte
dwarrel je

overal

en
nergens heen

op lucht gedragen
vlieg je

onzichtbaar voorbij

je bent de wind

soms ben je heel woest
dan knapt er iets

je maakt dingen kapot

meebuigen is niet genoeg
het moet breken

dat wil je

in je wilde razernij
alles stuk

en daarna
ben je opeens heel stil

je bent de wind

soms ben je heel zacht

je streelt
en aait

als de adem van de liefde
lucht je me op

je kuste mijn wang
en wuifde woei!

je kuste mijn wang
en waaide weer verder

ik probeerde je nog te vangen
maar je bent te snel

probeerde je nog te vangen
maar je bent alweer voorbij

ik wil je vangen

maar daar
in de verte

kus je alweer nieuwe wangen

je bent de woeste
zachte wind

die ik zo leuk vind


blind raam


de zon ongezien
de wolken voorbij

wil zo graag naar buiten kijken

in de verte

en naar dichtbij

mijn raam heeft geen horizon

mijn raam
voelt nooit de warmte van de zon

mijn raam kent geen regen
en geen sneeuw

mijn raam weet ook niet wat de wind is
gierend langs het kozijn

er is nooit licht
alle plantjes verwelken
het is het raam zonder uitzicht

maar waar kijk je dan naar?

er is toch glas?
voor doorheen?

kijk op een blinde muur
het uitzicht gegoten in beton

echt vlakbij
voor je neus

raamvullend

wist niet dat een raam blind kon zijn

wil zo graag naar buiten kijken

maar het licht is gestolen
het uitzicht benomen

altijd hetzelfde
keer op keer
weer of geen weer

kijk anders nog een keer!
voor de zekerheid

nee

sorry

het is die blinde muur weer

op drift

–plons!–

je moet het anker wel aan de boot vastmaken, anders heb je er niks aan.

uhh ja stom, logisch, dacht dat de kapitein dat wel had gedaan,
waar is de kapitein, kan m niet vinden
.

tja, die kapitein, daar kan je niet zomaar op vertrouwen hoor, die is er niet
sorry, hij heeft de boot gemist, je bent alleen.

o, jee, maar ik kan niet zo goed zeilen.

gelukkig waait het niet

maar we drijven nu met de stroming de zee in, wil niet te ver afdrijven
hoe komen we terug?

zeilen is niet zo moeilijk hoor, kan je zo leren, je hoeft alleen maar de wind te vangen die blaast naar de kant die je op wil.
zo simpel is het. wegzeilen is wel veel makkelijker als terugzeilen, dat wel.

ik kan de kust al bijna niet meer zien, straks is de einder rondom overal hetzelfde.
waar moet ik dan heen?

waar moet je dan heen? kijk niet rondom of achterom, maar juist voor je, het antwoord ligt recht voor je voeten,
daar beneden, daar recht voor je, dat kleine houten doosje, zie je het?

pak dat es.

krijg het niet open, het dekseltje zit vast, de scharniertjes zijn helemaal verroest,
het lukt me niet om het los te peuteren.

het doosje moet open, anders komen we nooit thuis, geloof me, het moet open,
probeer het nog eens.


auw!!!

wat is er?

mijn nagel breekt af!

auw (zacht)

is het doosje nu open?

ja

sjee, wat een oud kompas, die is lang niet gebruikt zeg!

hij doet het ook niet meer zo te zien, de naald draait helemaal niet, denk dat ie ook is vastgeroest.

vastgeroest? vast niet, gewoon even schudden, dan komt de naald wel los denk ik

en werkt ie?

nee, er gebeurt niks, de naald reageert totaal niet als ik draai , dat ding zit echt vast.

hmm. schud zo hard als je kan, echt zo wild mogelijk, met al je kracht, dan komt de naald los,
weet ik zeker, probeer het

pfff, mijn arm vliegt bijna uit de kom, zo hard heb ik echt nog nooit geschud!

en doet ie ut?

heh, nee, dat ouwe ding zit echt helemaal vast, die naald, die brengt ons nooit thuis,
wat nu?

ik heb een idee, het klinkt drastisch, maar het is onze enige optie.
doe het dekseltje weer dicht en gooi het kompas zo hard als je kan voor je op het dek,
de naald zal loskomen door de schok, weet ik zeker.

weet je het zeker? is dit wel een goed idee?
straks gaat het kompas helemaal stuk en dan verdwalen we echt.

nee, nee, het is een goed idee, de naald zit vast nu, en moet los!
er zit niet voor niets een doosje omheen om het te beschermen,
wel zo hard gooien als je kan, met al je kracht, vertrouw me,
de naald zal loskomen, doe het.

ok
(gooit het kompas met volle kracht op het dek)

–ploinkkrakkeploinkploink!–

oe, het houten doosje is helemaal stuk,
het kompas is eruit gevloge
n.

pak m es

en, doet ie het nu?

ehh, er zitten nu allemaal barsten in het glaasje, kan de naald niet meer zo goed zien,
wacht even


heeeee, hoe kan dat nou????
de naald draait wel nu, maar wijst uiteindelijk steeds weer naar mij,
hoe vaak ik ook draai, volgens mij is dat oude kompas toch echt stuk hoor.

nee, nee, hij doet het hoor, waar jij staat is precies het noorden,
blijf daar staan, beweeg niet, anders raak je de richting kwijt.

maar zo kan ik niet bij het roer, wil graag zo terugvaren naar de rivier die op zee uitkwam,
daar waar we vandaan kwamen

tja, die rivier, die rivier die kan je alleen afvaren en niet meer opvaren,
die stroomt altijd maar 1 kant op helaas, je zal voorlopig op zee moeten blijven.

o neeee!,
welke kant moet ik dan op en hoe kom ik bij het roer als ik hier zo
moet blijven staan?


luister goed en volg mijn aanwijzingen op,
als je niet precies doet wat ik zeg verdwaal je voorgoed
en dan kan ik je niet meer helpen ok?

uhh, ojee,
ja, zal ik doen

hou het kompas heel goed vast, niet meer loslaten!
en zorg dan dat de naald steeds naar je toe blijft wijzen, ok?
schuifel zo dan heel voorzichtig naar het roer.
maar pas op,
als de naald van je afdraait, moet je meteen stoppen met bewegen!
ok?

het lukt niet, steeds als ik een stapje wil zetten, gaat de naald draaien,
wat moet ik nu doen?

hmmm, vreemd, je bent toch niet van metaal heh?

hahaha, nee hoor, ik ben van vlees en bloed.

heb je geld in je zak zitten?

ja

gooi dat maar overboord dan, denk dat dat het is, probeer het dan nog
eens.

–plons!–
(gooit al het geld in de zee)

–plons plons plons–

het is wel veel zeg, ben zo je rijk?

–plons plons plons–

nee hoor, dit is gewoon alles wat ik heb.

plons

ok alles weggegooid? prima, probeer het nog eens.

nee, het helpt niet, het gebeurt nog steeds,
die naald draait en draait maar als ik even beweeg
.

hmmm, dat kompas doet toch wel heeeel gek als jij hem vasthebt,
weet je wat, gooi die ook maar overboord, probleem opgelost.

maar raken we de weg dan niet kwijt?
ik durf m niet weg te gooien, ik wil niet verdwalen, ik wil naar huis.

ja ik begrijp het, het is wel een dilemma, maar ja,
als je moet kiezen tussen het roer of het kompas zou ik toch voor het roer kiezen,
we moeten toch sturen als we ergens heen willen, gooi dat kompas nou maar overboord,
dan zijn we ervan af.

–plons! (gooit het kompas overboord)–

ok, kompas overboord

goed zo, wees niet bang hoor, zonder kompas kan je ook varen.
nog niet naar het roer lopen hoor, dat komt later,
eerst moet je het zeil hijsen.

hoe moet dat?

bij de mast loopt ergens een touw naar boven en dan weer naar beneden,
daar moet je aan trekken, dan gaat het zeil omhoog.

pfff, nee het lukt niet

ja, het zal wel zwaar zijn, trek zo hard als je kan

pfff, nee het gaat niet

o, sorry, weet je wat het ook kan zijn, kijk eens bij het zeil,
het zal wel ergens vastgeknoopt zitten om te voorkomen dat het zomaar in het wilde weg gaat flapperen,
is dat het niet?

jeetje, wat een knopen, ik tel er wel tien!

ja dat dacht ik al, je zal ze allemaal moeten losknopen, anders gaat het zeil nooit omhoog,
wel een beetje overdreven zeg,
de kapitein moest wel heel erg bang zijn geweest dat het zeil zomaar uit zichzelf
wind zou gaan vangen en het bootje ermee vandoor zou nemen, maar goed.

tjee, wat zitten die knopen strak vast, krijg ze bijna niet los

is het al gelukt?

het lukt niet

ze moeten echt los

nee het zeil, de knopen zijn los, maar het zeil wil niet omhoog…
het is te zwaar denk ik.

kon ik je maar helpen, maar ik heb geen armen,
ga anders even tegen de mast aanzitten om uit te rusten
dan lukt het straks met nieuwe kracht wel, weet ik zeker.

tjee, geen armen, wat vervelend en onhandig voor je, maar ja,
ik heb dan wel armen maar ben ook heel erg onhandig zoals je gemerkt hebt.
vind het wel fijn dat je er bent, ik kan je alleen niet zien, alleen horen.
ben wel een beetje moe ja, ik zit hier goed.

hoe heet je eigenlijk?

lot

wat een mooie naam zeg, ik hou van mooie namen.
zou ik je het noodlot mogen noemen?
dat vind ik helemaal sjiek klinken. het noodlot.

ja hoor als je dat wilt, als je maar niet weg gaat en me helpt weer thuis te komen.

zeg noodlot, weet je hoe deze boot heet?

nee

de metafoor

wat een rare naam, wat betekent dat?

een metafoor is een soort ouderwetse griekse vaas uit de oudheid, met eenlange smalle hals en een dikke buik.
net als deze boot, die heeft ook een dikke buik, en de smalle hals is dan de mast, snap je?
als je met oor bij de hals van zo’n vaas luistert dan hoor je in de verte het zachte geruis van de zee,
het is best wel een toepasselijke naam, de metafoor.

goh

weet je, het mooie van metaforen is dat er allemaal tekeningetjes opgeschilderd zijn,
helemaal rondom, als een getekend verhaal.
Dat betekent metafoor in het grieks ook, een vaas die een verhaal verteld.
Vaak zijn het verhalen over de zee, over een grote vloedgolf die alle bootjes weer op het land gooit.
Soms over de Griekse god van de wind die zo hard kan blazen dat alle bootjes omslaan en zinken.
Dan liggen ze daar soms dagen voor pampus.
Ook is er een verhaal over een inktvismonster die met zijn lange tentakels alle boten de diepte intrekt zodra ze op open zee komen.
Zelfs de zeemeerminnen doen daar niet aan.
Er is ook een verhaal over een stad die door 1 hoge golf helemaal onderwater spoelt en onder zee verdwijnt, over een…

stop maar hoor!, mij maak je niet bang met dit soort noodlotsverhalen, vertel me liever hoe ik weer thuiskom,
ik wil gewoon graag weer naar huis, had nooit in dit bootje moeten stappen.

denk je dat ik ooit weer thuiskom, was het wel een goed idee om dat kompas overboord te gooien,
weet je nog waar we heen gaan, ik voel me al een beetje verdwaald.

ja stom heh, dat kompas hadden we meteen weg moeten gooien,
dan had je nu al je geld nog gehad noodlot, dat kon best nog weleens van pas komen later, sorry.
maar maak je geen zorgen, op een dag komen we weer thuis.

noodlot, probeer dat zeil nog eens op te hijsen, misschien heb je meer kracht nu.

pffff, het is zwaar maar het lukt nu wel, zal ik nu aan het roer gaan zitten?
dan varen we naar huis als jij zegt waar we heen moeten.

nee, nee, wacht nog maar even, het waait nu toch nauwelijks,
heb je geen honger, je zit al zo lang in de boot.

ja nu je het zegt, ik sterf van de honger, is er eten?

ehh nee, niet direkt, gelukkig zitten we op zee, kunnen we vissen vangen.

is er een hengel en aas?

ehh nee, helaas, het is wel een apart verhaal hoor deze zee,
er zitten namelijk geen gewone vissen in, maar vliegende vissen, heb je ze niet zien vliegen?

nee, ik kan niet over de rand kijken als ik hier zo zit.

het beste kan je ze vangen met een vlindernet, maar ja dat hebben we niet aan boord,
je kan ook niet aan alles denken als je op reis gaat, maar ik heb een idee.

wat dan?

er ligt een groot visnet op het dek, laat het zeil weer even zakken, en trek dan het visnet in de mast,
dat gaat makkelijk hoor, het is veel minder zwaar als het zeil.
als we dan even wachten vliegen de vissen er vanzelf in.

phjoew, weet niet of ik dat wel zie zitten,
ben zo bang dat het straks niet meer lukt om het zeil straks nog een keer op te hijsen, het is zo zwaar.
ik kan nog wel even zonder eten, laten we naar huis varen, het waait al een klein beetje.
zal ik bij het roer gaan zitten?

nee, nee, niet doen noodlot, we weten niet hoe lang het nog gaat duren, je moet toch een keer wat eten,
laat dat zeil nou maar zakken en hijs het visnet op, het is je al en keer gelukt met dat zware zeil,
straks lukt het weer, ik weet het zeker.

ok, gelukt!

goed zo, knoop het zeil voor de zekerheid nog even vast,
het hoeft niet met 10 knopen hoor, als het maar vast zit.

ik heb opeens helemaal geen honger meer, we hadden toch beter naar huis kunnen varen,
het begint ook steeds harder te waaien,
nu zitten we met een net vol met gaten in de mast, dat vangt geen wind,
was dit wel een goed idee?
……
ik ben moe

ga nog even zitten tegen de mast aan lief noodlot, ik wil je wat vertellen.

ik luister.

ik vind je erg heel moedig noodlot, je stapt zomaar in deze boot zonder dat je weet waar die heen vaart,
je raakt niet van de wijs als je het anker verliest, je gooit al je geld weg, je kompas overboord,
het zware windzeil die je naar huis kon doen varen laat je weer zakken om een zeil vol gaten op te hijsen
en al die tijd liet je het roer met rust.

maar ik ben nog steeds niet thuis, dat wil ik zo graag.

kijk eens over de rand.

heee! daar is die rivier waar we uit zee kwamen!

klopt lot, ik kan je alleen niet helemaal thuis brengen,
die rivier die uit op zee kwam gaat alleen stroomafwaarts weet je nog, daar kunnen we niet tegenop varen.
als je hier overboord springt dan kan je naar de kant zwemmen,
volg dan de oever naar boven, dan kom je vanzelf weer thuis.
het water is wel koud hoor, en dan moet je ook nog een heel stuk lopen met je natte kleren.

vind het fijn dat je me nu lot noemt, noodlot vind ik zo somber en droevig klinken.

dat was ik nog vergeten te zeggen lot,
je laat je het noodlot noemen en dat maakte je niet bang, ondanks alle enge verhalen over de zee,
vind dat ook heel dapper van je lot.
spring maar overboord nu, weet zeker dat je dat durft.

ja dat durf ik wel denk ik, wil je wel graag een keer zien voor ik spring,
heb je alsmaar horen praten, maar waar ben je dan?

lot, ik ben het roer van de metafoor.
als je nu aan de achterkant eraf springt en onder water bent, dan kan je me even zien,
je durft toch wel even je ogen open te doen onder water toch?
ik kan je alleen niet omhelzen bij het afscheid want ik heb geen armen.

je kan wel goed sturen voor iemand zonder armen roer,
lief dat je me weer zover als je kon naar huis hebt gebracht,
ik spring nu in het water, dan geef ik je wel een kus,
mag ik je anders broer noemen roer?
heb altijd al een broer willen hebben en roer vind ik zo’n gekke naam.

ja dat mag zusje lot, kom!
spring nu overboord!

–plons!–


redaktie en tekstaanvullingen:
alexandra duvekot

veel dank!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.