vergeet niet te zingen, te zonnen, te zwieren, te zwaaien en aaien
vergeet niet te sjouwen, te dragen, te zalven en zorgen
vergeet ook niet te vragen, te vrijen, te voelen en vinden
vergeet soms ook niet te zonderen en te verdwijnen, verstop je
al kan je er niet altijd zijn
vergeet nooit
die ander
waarmee
je alles deed
wat je niet moet vergeten
weetje wat het met de zon is
altijd maar moeten schijnen op een wereld die steeds droeviger en
liefdelozer wordt
het felle harde licht van de realiteit
soms verstopt ie zich achter de wolken om te huilen
dan zijn de druppels van de regen nog warm als ze op je vallen
maar hij komt altijd weer tevoorschijn
dat moet
alles gaat dood zonder warmte en licht
het is een hele verantwoordelijkheid
wel dapper dat die nooit opgeeft
ik hou van de zon
—
—-
–(drup drup druppelende kraan)–
ik ben een ondergelopen gootsteen
en jij
jij bent mijn overloopje
neenee,
dat wil ik niet zijn hoor
ben liever het water dat wegspoelt
weg,
naar de donkere diepte
ohh,
okee
mag ik dan zijn, de zee?
daar kom je uit
nou… vooruit
maar als jij de zee bent
dan ben ik een luchtbel
ik borrel in je op en vlieg dan de lucht in
hou wel van zwemmen, maar nog veel meer van vliegen.
uhh, okee,
je borrelt in me op en vliegt dan naar boven
maar zo hoog in de lucht ben je nog wel
helemaal nat van het zwemmen hoor
weet je,
dat vormt dan een wolkje in de lucht.
dat ben jij nu
je bent een wolk
toch?
ja, klopt, ben een wolk
ja,
ik zie je al,
in mijn spiegel.
…
hey,
ik ga eens boven land kijken
ga mee!
je wilt toch niet verdrinken?
nee, je hebt gelijk
de zee is eigenlijk veel te groot voor mij.
en veels te diep!
weet je wat?
ik ben anders wel de wind
dan kom ik je achterna.
blaas je niet te hard?
ben best gevoelig
ik?
een storm?
nee,
dat zou ik niet willen
heb al genoeg aan mijn hoofd.
zal mijn ingehouden best doen
straks verwaai je nog
dan ben ik je kwijt.
dank je,
dat is lief van je.
…
weetje,
…
het is nu ook geen goed moment
…
om samen te vliegen.
–(zucht)–
soms voel ik verdriet opkomen
..
zomaar
…
weet ook niet waarom
ohh
nou,
dat geeft niet hoor
hey, wees anders de regen
al kan je dan niet meer vliegen en je zeker naar beneden zult vallen,
het lucht soms wel op
ja
snif,
ik val al bijna
…
zal ik anders je opvangen?
…
ik val
..
wees niet bang lief druppeltje.
het is maar goed dat we nu boven land zijn.
als je in de zee was gevallen dan was ik je voorgoed verloren.
..
HELP!
IK VAL!
wees niet bang!
nog even en je bent op de grond
en waar jij valt
daar ben ik
ik ben een regenplas
–(regendruppels vallen in een plas )–
uhhh, we liggen wel in de modder hier
maar ja
dat is beter als niks.
hey,
bedankt!
dat was
echt
net op tijd
was bijna kwijt
…
wat nu?
–
–(stap stap stap…sploetsjsh!)–
–(geluid van een schoen die per ongeluk in een diepe plas stapt)–
–
ha!
wat een geluk!
ben het nat van de schoen
kom mee!
ja! ik ga mee!
we gaan vast naar een huis
opdrogen voor de warme kachel.
ja vast!
—(stap sop stap sop stap)–
…
…
ohhh!
een echte open haard!
vuur!
nee!
denk na!
alstjeblieft!
je wilt vast het vuur zijn.
maar wees het niet.
je vliegt dan keihard uit de schoorsteen
weg van hier
jij vonkje
wil met de rook mee
blijf toch!
het is hier fijn.
ja,
…
je hebt gelijk.
…
hey,
ik heb een idee
die natte schoen gaat straks vast uit
laten we de handen zijn
er zijn er twee
okee
doen we
wie wil je zijn?
links of rechts?
uhmmm…
even denken…
ja!
ik weet het al
heb me weer bedacht
ik wil geen hele hand zijn
zie je die ring?
ja
dat ben ik!
ok,
uhh, mag ik de ringvinger dan zijn?
haha!
ja,
dat mag hoor.
–(stap stap stap)–
..
hey
waar gaan we nou heen?
geen idee
joh, wat ruikt het hier opeens lekker!
ja ruik het ook
weet al wat dat is
—(kraantje aan..zachtjes)–
dat is zeep
de handen gaan wassen
oeeeejoehee,
wat een schuim en geglibber!
…
hey! pas op!
een waterval!
–(sploesjjjstroomspletter!)–
hou me vast!
–(sploesjjjstroomspletter! harder)–
het lukt niet!
–(sploesjjjstroomspletter! nog harder)–
ik val!
hou me vast!
–(sploesjjjstroomspletter! hardst)–
–(ring valt in gootsteen)–
–(en opeens uit)–
….
oe,
sorry hoor
ik kon het niet houden
het was te sterk.
…
…
ben wel blij dat je losliet
lig ik hier tenminste niet alleen
..
ja,
ik ook
…
graag gedaan hoor
vind het wel leuk om ook een ring te zijn een keer
dat ben ik nog nooit geweest
…
…
denk je dat we hier ooit wegkomen?
…
ja
…
denk het wel.
…
zie je dat kleine roostertje daarboven?
…
ja
..
als het hier onderloopt een volgende keer
dan zwemmen we er naartoe
we passen er net doorheen
weet ik zeker!
…
uhh, okee.
…
maar,
…
komen we dan niet weer uit in de zee?
–(drup drup druppels drup)–
je bent een wolk
—-
—
heb over je gedroomd
we lagen op onze ruggen in het riet
boven ons was er vuur
het was er niet de hele tijd
het ging uit en aan
opeens
eerst niks
en dan
grote wilde vlammen
wild spuwend in de hoogte
een hels kabaal
woesssjjjjjjjjjj!
met enorme kracht
het waren grote hijgende vlammen
de zuurstof in de lucht kreeg er ademnood van!
we hielden onze adem ook maar in
het was ook zo heet.
woesssjjjjj!
we zeiden niks
en keken elkaar ook niet aan
samen staarden we de hele tijd naar boven
het was niet alleen kijken, het was vooral ook luisteren
het geluid van de woesj was echt prachtig!
iedere keer bijna hetzelfde maar toch net anders en het bleef spannend
daar kwam de volgende alweer
woesssjjjjjjjj!
daar lagen we
met de ruggen in het riet
we wilden de vlammen achterna
mee de hoogte in
maar er gebeurde niets
het begon zelfs al donker te worden
het licht ging nu aan en uit
totdat je zei:
“hey, kijk eens over de rand!”
“waarom stijgen we niet op?”
ik schrok wakker, was helemaal in het mooie helse vuur gezogen
“uhh, ja, ja gek ja, we vliegen inderdaad volgens mij niet… wacht”
ik keek over de rand
en zag het meteen
de touwen stonden nog strak verankerd in de grond
er waren er 4
op iedere hoek 1
en toen
opeens
woesjjjjj!!!
ik viel bijna
het riet schudde wild bij dit nieuwe vuur
de touwen wiebelden als een gek, maar bleven uiteindelijk toch strak en
vast.
ik zei tegen je:
“ze zijn vergeten de touwen los te maken!”
“uhh, zie ook niemand meer, denk dat ze al weg zijn”
je zei:
“nou dat is heel mooi dan, dat wordt dus nooit wat met ons.”
“zoveel vuur, maar samen vliegen, ho maar!”
we keken elkaar aan en moesten keihard lachen
woesjjjj!!!!
–
de zon ongezien
de wolken voorbij
wil zo graag naar buiten kijken
in de verte
en naar dichtbij
mijn raam heeft geen horizon
mijn raam
voelt nooit de warmte van de zon
mijn raam kent geen regen
en geen sneeuw
mijn raam weet ook niet wat de wind is
gierend langs het kozijn
er is nooit licht
alle plantjes verwelken
het is het raam zonder uitzicht
maar waar kijk je dan naar?
er is toch glas?
voor doorheen?
kijk op een blinde muur
het uitzicht gegoten in beton
echt vlakbij
voor je neus
raamvullend
wist niet dat een raam blind kon zijn
wil zo graag naar buiten kijken
maar het licht is gestolen
het uitzicht benomen
altijd hetzelfde
keer op keer
weer of geen weer
kijk anders nog een keer!
voor de zekerheid
nee
sorry